0 0
Read Time:9 Minute, 47 Second

Toegegeven, ik was in Rio de Janeiro tijdens het WK voetbal in 2014, dus de sfeer die er hing was mogelijk anders dan die voordien, die erna en die nu. Toch liet de stad een onuitwisbare indruk na door haar veelzijdigheid. ‘La Cidade Maravilhosa’ heeft enorm veel te bieden, ongetwijfeld veel meer dan wat ik zelf heb kunnen ervaren. Ik hoorde veel mooie verhalen rond andere steden en regio’s in Zuid-Amerika en Brazilië ook uiteraard, zoals de watervallen van Iguaçu en het dorpje Paraty, maar deze tien dingen – in willekeurige volgorde – zijn voor mij op basis van die eerste indruk de grootste aanraders voor een verblijf in de op één na drukst bevolkte stad van Brazilië.

Cristo Redentor: meer dan een standbeeld

Laat me beginnen met de twee grootste Rioclichés: Christus en Copacabana. Het wordt sowieso drummen bovenop Corcovado voor die ene foto die iedereen wil van zichzelf met het befaamde standbeeld in de achtergrond en dus raad ik aan om de tijd te nemen om het geheel van de locatie in je op te nemen. Het begint al met je aankomst aan het stationnetje aan de voet van de berg. Dit is op zich al een mooi gebouw vind ik, maar verder heb je vlak naast het perron ook het lokale Hard Rock Café van Rio én een open maar overdekte wachtruimte die als museum dient en je een verdere blik gunt op de constructie van het standbeeld, het station en de historie van de gebruikte treinen. De treinrit naar boven is erg aangenaam en wordt opgefleurd door leuke zichten op de stad en locals die naast de treinsporen blikjes drank te koop aanbieden of ergens halfweg de wagon opstappen om voor wat muzikaal entertainment te zorgen. Wanneer je dan uiteindelijk boven komt op de top van de zevenhonderd meter hoge berg zal je vaststellen dat het zicht op de stad hier het échte wereldwonder is, veel meer nog dan het standbeeld an sich. Ga er dus heen op een zonklare dag en geniet van het uitzicht.

Copacabana: strandsporten onder de sterren

De stranden van Rio zijn het andere waar iedereen meteen aan denkt als het om Rio gaat. Leme, Leblon, Ipanema en uiteraard Copacabana zijn de beroemdste. Het WK voetbal vond plaats in juni, zijnde het begin van de winter voor het zuidelijke halfrond, maar van koude was geen sprake en de stranden lagen er allesbehalve verlaten bij. Voorzien van de nodige strandsportinfrastructuur zie je er dagelijks ook mensen voetballen, volleyballen, zich optrekken aan rekstokken of gewoon lopen, naast de vele carioca’s die liggen te zonnen of een stok of bal enkele meters weggooien om door hun hond te laten terugbrengen. Wat mij echter het meest is bijgebleven is om ’s avonds rond een uur of elf op Copacabana nog te strandvoetballen. Ok, de stad krioelde van de voetbalfans en je zou denken dat dat nu niet meer het geval is, maar wetende hoe voetbalgek de Brazilianen zijn, hoe sportgek tout court, moet het mogelijk zijn om dit ook mee te maken. Of als je met vrienden op reis bent naar Rio, dan neem je toch gewoon zelf een voetbal/volleybal mee. De infrastructuur is er en de ervaring is het waard.

Grumari Beach: verdoken parel

Voor wie graag geniet van de zon maar niet van de drukte, zijn er in de nabijheid van de stad ook enkele meer verlaten stranden. Het was Freddie De Kerpel himself die mij en vrienden het strand Grumari aanraadde. Van de camping waar wij verbleven waren we er in een halfuurtje stappen, terwijl je er met de auto vanuit Copacabana volgens GoogleMaps een klein uur over zou doen, maar het is het allemaal waard. ‘Praia de Grumari’ ligt in een beschermd natuurgebied waardoor je er geen hoogbouw vindt, maar wel een pak rust, fish & chips en kokosnoten. Wel is het zodanig afgelegen dat je er best naartoe gaat met een gehuurde wagen, tenzij je het telefoonnummer bij hebt van een taxibedrijf dat je kan komen oppikken. Anders zit er niets anders op dan zo’n drie kwartier terug te wandelen richting Recreio en dat wil je daar nu ook weer niet doen bij valavond of in het donker.

Santa Teresa: artistieke hotspot

Terug in de stad zelf is een bezoekje aan Santa Teresa aan te raden. Met haar kleine straatjes en verscheidene studio’s en galerijen is dit misschien wel het artistieke hart van de stad. Gelegen op een heuvel heeft dit stadsdeel een rijke geschiedenis. Vrij letterlijk ook, gezien het oorspronkelijk de rijkere klassen herbergde, maar ook een plaats was en is waar academici, politici en anderen zich verzamelden. Samen met Lapa is dit als artistieke en gastronomische hotspot voor Rio de Janeiro datgene wat Ubud is voor Bali of Montmartre voor Parijs. Een ritje op de lokale tram deed ik zelf niet, waardoor ik me enkel maar kan inbeelden hoe mooi het zicht op Rio van hieruit moet zijn… Wat ik wel deed, was het gratis te bezoeken ‘Parque das Ruinas’. Deze ruïne was vroeger het herenhuis van een kunstmecenas en huisvest nu na renovatie een prachtig panoramisch zicht op de stad. Kon wel tellen qua ‘mooi meegenomen’ locatie!

Kathedraal van Sint-Sebastiaan: omgekeerde praline

Vanuit Santa Teresa kan je naar het stadsdeel Lapa wandelen via onder meer de beroemdste trappen van Rio: de ‘Escadaria Selarón’. Lapa is gekend om meerdere zaken. Als uitgangsbuurt blijkt het berucht te zijn, inhoudelijk een verlengstuk van Santa Teresa en architecturaal best wel divers. Van huiselijke gevels in verschillende kleuren tot een parelwit aquaduct uit begin achttiende eeuw. Vlakbij deze ‘Arcos da Lapa’ bevindt zich dan de nieuwe kathedraal van Rio. Kent u die pralines die er erg lekker uitzien, maar die wanneer u erin bijt een likeur blijken te bevatten waar u geen fan van bent? Wel, deze kathedraal is zowat het omgekeerde. Ik weet wel, de gustibus et coloribus non est disputandum, maar van buitenaf vind ik dit gebouw gewoon een gedrocht. Verre van de mooiste kathedraal ooit – ik heb het sowieso meer voor gotische bouwwerken – is het echter wel een aangename verrassing wanneer je er binnen stapt. De indrukwekkende vierenzestig meter lange gebrandschilderde ramen spreken voor zich.

Pedra do Sal: het échte carnaval

Nog zo’n ontgoochelend bouwwerk is de Sambódromo, de artificieel aangelegde laan waar het wereldberoemde jaarlijkse carnaval voorbijgaat aan toeristen en televisiecamera’s. Hierover lerend van een local en het enkele dagen later bezoekend snapte ik dat wat wij op tv te zien krijgen meer een promotiestunt is dan echt uit de buik van de carioca’s komend. Als je het échte sambagevoel wil gewaar worden moet je toch de buik van Rio gaan opzoeken en dan is Pedra do Sal een perfect beginpunt. Ooit gekend als ‘little Africa’ is deze plaats niet alleen van belang voor de sambaliefhebber, maar ook voor de carioca’s van Afrikaanse afkomst dus. Kortom: voor iedereen met ritme in zijn lichaam. Enkele avonden per week (als ik me goed herinner elke maandag en vrijdag) komen de straatjes tot leven met straatmuzikanten en caipirinhaverkopers. Gezelligheid troef en gelukkig niet zo gekend onder toeristen. Hier moet je echt eens een avondje passeren.

Estrelas da Babilonia: een verdoken stukje België

Al even ‘local’ zijn de favela’s uiteraard. Favela’s waar vele verhalen over de ronde doen, maar waarvan je als reiziger toch het gevoel hebt dat je ze eens wil ervaren. Kloppen die verhalen wel? Freddie De Kerpel zei bijvoorbeeld dat Brazilië lang niet zo vrouwonvriendelijk is als wordt beweerd, terwijl een bevriende Nederlander ons geruststelde dat de favela’s voor 99% bestaan uit mensen die er twee of meer jobs op moeten nahouden om hun families te onderhouden. Natuurlijk is de ene favela de andere niet en is er vaak toch vuur waar rook is. Het is dus aan te raden om favela’s toch enkel te bezoeken wanneer je begeleid wordt door een lokale kennis of gids. Op die manier bracht ik een avond door in Babilonia, een favela vlakbij het strand Leme (een verlengde van Copacabana). Hier aten en dronken we in het kleine verborgen cafeetje ‘Estrelas da Babilonia’. Ik mag hopen dat de eigenaar nog steeds dezelfde is, want dat was namelijk een Belg! Het restaurantje serveerde er dus frieten, naast pizza’s, en beschikte over Leffe en andere Belgische bieren. Lekker eten, vertrouwde dranken, een prachtig uitzicht over de stad én een sympathieke uitbater die je in je moedertaal wegwijs kan maken in de stad. Te onthouden!

De Lagoa: cocktails met zicht op Cristo

Ik dacht dat het een meer was, maar het blijkt een lagune te zijn. Het verschil? Een directe connectie met de zee. De ‘Lagoa Rodrigo de Freitas’ is met de Atlantische Oceaan verbonden via een kanaal dat de stranden Leblon en Ipanema scheidt. Erin zwemmen zou ik nu niet doen – herinner u de vervuilingsproblemen die sterk de media haalden in aanloop naar de Olympische en Paralympische Spelen van vorig jaar, maar errond wandelen zou ik dan weer wél aanraden. Zo’n 7,5 kilometer moet je afleggen om het Lagoa rond te wandelen of fietsen, maar dat loont de moeite. Stop hierbij zeker eens aan de outdoor lounge bar Palaphita vanwaar je een adembenemend zicht hebt op het meer, de erom liggende heuvels en het Christusstandbeeld. Niet onverwacht liggen aan de lagune ook meerdere sportverenigingen, gaande van een paardenrenbaan over een roeiclub tot een private club voor jet-skiërs.

Barra Shopping: winkelparadijs

Niet mijn ding, maar mogelijk wel dat van u: shoppen. Het qua oppervlakte grootste shoppingcenter van Zuid-Amerika bevindt zich in São Paulo, maar het grootste qua aantal winkels is dit dus. Barra Shopping bevat ongeveer zevenhonderd winkels– waaronder C&A, Fnac en Zara – verspreid over drie verdiepingen. Het shoppingcenter bevindt zich net buiten Rio de Janeiro en bevat verder ook nog een cinemacomplex met achttien zalen, een fitnesscentrum, een medisch centrum en uiteraard ook veel kantoorruimte. Honderdtwintigduizend vierkante meter winkelruimte waarin u zich kunt uitleven met uw bankkaart. Of proberen dat net niet te doen natuurlijk.

Maracanã: Braziliaanse voetbalthuis

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik was in Rio voor het WK Voetbal en groeide op met de voetbalmicrobe, dus Maracanã bezoeken was een stille droom. Naast het oude Wembley Stadium in London is dit voor mij de meest mythische voetballocatie ter wereld. Het stadion van de legendarische omhaal van Pelé was op het WK 2014 de uitverkoren grond voor de winst van onze Rode Duivels tegen Rusland in de groepsfase. Ik was daar bij en herinner me amper iets van de eerste helft van de wedstrijd. Niet door het bezoek aan de Budweiserstand voor de wedstrijd (ik zweer het!) maar wel door enerzijds de saaie wedstrijd en anderzijds het feit dat ik toch wel onder de indruk was van alles. Thuisbasis van een voetbalgekke natie die er een van haar grootste ontgoochelingen meemaakte (het verlies tegen Uruguay in de WK-finale van 1950) maar ook meerdere van haar meest heroïsche momenten. Pelé scoorde er zijn 1000e goal, Zico zijn laatste. Frank Sinatra, Paul McCartney, Sting, Madonna, Pearl Jam, Foo Fighters en vele anderen zorgden er voor eargasms. Het mooiste stadion ter wereld is het niet, maar het is wel Maracanã.

Maracana
Voetbalheilig gras. Dé voetbaltempel van Brazilië: Maracanã.

 


 

Deze tekst werd ook gepubliceerd op Evenaar.tv op 02 februari 2018.

Happy
Happy
0 %
Sad
Sad
0 %
Excited
Excited
0 %
Sleepy
Sleepy
0 %
Angry
Angry
0 %
Surprise
Surprise
0 %
Previous post De (nul)tolerantie van de afgang
Next post Alsof het gisteren was

Average Rating

5 Star
0%
4 Star
0%
3 Star
0%
2 Star
0%
1 Star
0%

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *